De rappelveer van de trekker is wigvormig en wordt gemaakt van verenstaal. Eerst wordt de benodigde lengte afgezaagd (1). Om het verenstaal in de juiste vorm te buigen moet het buigpunt roodgloeiend gestookt worden. Als het verenstaal gebogen wordt zonder te gloeien zal het zeker breken! (2) Als de veer de juiste vorm heeft gekregen wordt deze nog een keer uitgegloeid en aan de lucht gekoeld. Het verenstaal is nu relatief zacht en kan goed op maat geslepen worden en in de juiste openingshoek gebogen worden(3).

Pasted Graphic 2

Vervolgens wordt de veer gehard door deze kersrood te stoken en direct in een oliebad te laten vallen (4). De veer is nu erg hard en uiterst breekbaar. Belasting zal de rappelveer direct doen breken en daarom wordt deze naverwarmd (temperen, ontlaten) om een optimale en duurzame veerkracht te verkrijgen. Om de veer goed te temperen wordt eerst de blauwingslaag van het harden weggeschuurd. Vervolgens wordt de veer uiterst voorzichtig verwarmd tot het staal een lichte okerkleur krijgt (5). Na afkoeling aan de lucht kan de veer gemonteerd worden.